Articles

HOVON 176: een fase II-studie naar de effectiviteit van golcadomide voor de behandeling van recidief primair grootcellig centraalzenuwstelsellymfoom of secundair centraalzenuwstelsellymfoom

NTVH - jaargang 22, nummer 2, maart 2025

dr. M. Nijland , dr. M. van der Poel , S. Woei-A-Jin , dr. J. Vermaat , dr. L. Koens , drs. J. Vister , ir. D. Chitu , B. van Thiel , dr. J. Bromberg , dr. J. Doorduijn

SAMENVATTING

De prognose van patiënten met een recidief van een primair centraalzenuwstelsellymfoom (PCZSL) of een CZS-recidief van een grootcellig B-cellymfoom (sCZSL) is uitermate somber. Golcadomide is een nieuwe cereblon-E3-ligasemodulator (CELMoD) gericht op de afbraak van transcriptiefactoren Ikaros en Aiolos, die onder andere via downregulatie van cMYC en IRF-4 leidt tot celdood van lymfoomcellen. Bij recidief DLBCL zien de resultaten van de fase I/II-studie er veelbelovend uit. Golcadomide heeft een goede passage van de bloed-hersenbarrière. In de HOVON 176-studie zal de effectiviteit van golcadomide worden onderzocht bij patiënten met een recidief PCZSL en sCZSL.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2025;22:77–80)

Lees verder

Aanbevelingen voor de diagnostiek en behandeling van ‘adult’ T-celleukemie/lymfoom

NTVH - jaargang 21, nummer 4, juni 2024

drs. F. Smits , dr. F.S. Kleijwegt , drs. B. van der Zouwen , dr. J.L.H. Kerkhoffs , dr. Y. Sandberg , dr. J. Doorduijn , dr. K. de Heer , prof. dr. A.P. Kater , dr. S. Kersting

SAMENVATTING

‘Adult’-T-celleukemie/lymfoom (ATLL) is een agressieve maar zeldzame T-celmaligniteit die zowel een leukemie als een lymfoom kan veroorzaken. De ziekte wordt gekenmerkt door uitgebreide lymfadenopathie, ernstige hypercalciëmie en betrokkenheid van perifeer bloed. Vanwege de zeldzaamheid van de ziekte en nationale verschillen tussen beschikbaarheid van sommige middelen (zidovudine en mogamulizumab) bestaat er geen internationale consensus voor de behandeling van ATLL. Door middel van systematische literatuuranalyse zetten we de voor de Nederlandse situatie geschikte diagnostiek en behandeling op een rij. Dit is een ‘evidence-based’ benadering voor de behandeling van de verschillende subtypen alsook achtergrondinformatie ter ondersteuning van het management van dit complexe en agressieve ziektebeeld.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2024;21:164–70)

Lees verder

Nieuwe eerstelijnsbehandelingen en behandeldoelen voor CLL in breder perspectief

NTVH - jaargang 20, nummer 5, juli 2023

dr. M. van Gelder , dr. M. Nijziel , dr. M. Hoogendoorn , dr. H. Visser , ing. E. Out , dr. M. van der Maarschalkerweerd , drs. L. van der Straten , dr. M. Bellido , dr. J. Doorduijn , dr. K. de Heer , dr. S. Kersting , dr. M. van der Klift , dr. E. Posthuma , dr. E. van der Spek , dr. H. van der Straaten , dr. R. Mous , dr. M.D. Levin , prof. dr. A.P. Kater , dr. D. te Raa , de volledige richtlijncommissie van de HOVON-CLL-werkgroep

SAMENVATTING

Met de komst van BTK- en BCL2-remmers (BTKi en BCL2i) zijn er nu verschillende eerstelijnsbehandelmogelijkheden voor patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) zonder TP53-mutatie of -deletie. In de ons omringende landen heeft eerstelijnsbehandeling met de BCL2i venetoclax als 12 maanden durende therapie in combinatie met obinutuzumab (VenO) of met een BTKi tot aan progressie of intolerantie de voorkeur, vanwege vermeende betere uitkomsten ten opzichte van chemo-immuuntherapie (CIT). Die superioriteit betreft vooral een langere progressievrije overleving (PFS), terwijl ook de toxiciteit lager zou zijn. In Nederland vinden we dat het toepassen van nieuwe middelen in eerste lijn nuancering behoeft, met name ten aanzien van de interpretatie van de studie-uitkomsten in patiëntperspectief. Voor patiënten wegen de volgende factoren zwaar: 1) zo lang mogelijk leven met zo min mogelijk hinder van ziekte en behandeling en 2) zekerheid over effectieve vervolgbehandelingen bij ziekteprogressie. Een langere PFS na eerste lijn komt niet per definitie tegemoet aan deze patiëntperspectieven. Ook blijkt er geen verschil in incidentie van ernstige bijwerkingen tussen behandeling met CIT of de BTKi ibrutinib of VenO behoudens een geringe hogere incidentie van infecties en MDS/AML met fludarabine-cyclofosfamide-rituximab (FCR). Tot op heden is het effect op de uiteindelijke levensverwachting van het overslaan van CIT in de eerste lijn onzeker, wegens het ontbreken van lange follow-upgegevens van studies waarbij met nieuwe middelen werd gestart, terwijl hierover wel kennis is na eerstelijns-CIT. Concluderend stellen we dat het goed nieuws is voor CLL-patiënten dat hun behandelmogelijkheden met de komst van BTKi en BCL2i zijn uitgebreid, maar dat de meerwaarde van deze nieuwe middelen in de eerste lijn op dit moment onvoldoende vaststaat.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2023;20:195–207)

Lees verder